Bijbel, Gods Woord

De meerwaarde van christelijke hulpverlening

Hulpverlening komt uit het hart van God. In Mattheüs 25 vers 35-40 wordt er een opsomming genoemd wat onder hulpverlening geschaard kan worden. Dit wordt ook wel de “werken van barmhartigheid” genoemd. Het sociaal werk van de middeleeuwen is gebaseerd op zeven werken van barmhartigheid: de hongerigen eten geven, de dorstigen drinken geven, de naakten kleden, de vreemdelingen opvangen, de zieken verzorgen, de gevangenen bezoeken en de doden begraven. Hulpverlening is een prachtig vak. Het is ontzettend mooi om naast iemand te kunnen gaan staan en hulp te verlenen zodat zowel in materiële- als immateriële noden* voorzien wordt.

Oorsprong van hulpverlening

Het moderne sociaal werk in Nederland zijn wortels in oeroude praktijken van armenzorg en volksopvoeding. Deze praktijken gaan ver terug in de middeleeuwen. Gasthuizen waren er al vanaf 1122. Het waren voornamelijk particuliere initiatieven ondernomen door burgers die geïnspireerd werden door christelijke waarden van naastenliefde en barmhartigheid. Stedelijke overheden handelden uit motieven als het handhaven van de openbare orde en het voorkomen van opstand. Door de kerk werd er voedsel uitgedeeld op openbare plekken ook waren er opvangvoorzieningen voor zwervers en daklozen, dit kennen we vanaf de 13e eeuw. Voor psychiatrische patiënten werd in 1422 het eerste ‘dolhuis’ geopend; het oudste weeshuis dateert van 1492. Maar ook werd er aandacht gegeven aan de immateriële noden: de onwetenden onderrichten, de twijfelaars goede raad geven, de bedroefden troosten, de zondaars vermanen, lastige personen geduldig verdragen, beledigingen vergeven en voor de levenden en overlevenden bidden.

De noodzaak van materiële- en immateriële hulpverlening

Het is noodzakelijk dat er materiële hulpverlening geboden wordt. Jakobus 2:14-16, geeft óók aan dat geloof niet alleen immaterieel is. Wat voor zin heeft het als iemand gebrek heeft aan kleding en dagelijks voedsel en je zegt tegen iemand ‘Ga heen in vrede’. Niemand zal bediscussiëren dat voedsel, kleding en onderdak een basisbehoeften zijn om te kunnen leven. Ons lichaam heeft voedsel nodig, we hebben kleding en onderdak om ons te kunnen beschermen. Maar ook het immateriële is van belang. Jezus zei in Mattheüs 4:4, dat een mens niet alleen van brood leeft, maar van elk woord wat uit Gods mond komt. Dat betekent dat we zowel het fysieke nodig hebben, voedsel om van te kunnen leven. Maar ook hebben we Gods woord nodig om te kunnen leven. De mens is meer dan alleen een lichaam, maar heeft ook een ziel en een geest. Gods Woord geeft antwoord op hoe jij in vrede kan leven met Hem, jezelf en jouw omgeving.

Secularisatie van de hulpverlening

In de latere middeleeuwen ontstaat er een competitie tussen de geestelijke en de wereldlijke hiërarchie. Waar hulpverlening voornamelijk werd gedaan door kloosters en parochies kwam het steeds meer in handen van leken en de overheid. Daarmee deed secularisatie van sociaal werk haar intrede. Secularisatie wordt omschreven als een proces waarbij religie haar invloed op verschillende sferen van het maatschappelijk leven verliest. Dit is in mijn optiek een groot verlies voor de hulpverlening omdat de Bijbel veel te zeggen heeft over omgang met God, jezelf en jouw omgeving.

Mozes zegt tegen de Israëlieten in Deuteronomium 32: 46-47 dat ze alle woorden die God gesproken heeft ter harte moeten nemen. Hij zegt dat het geen leeg woord is, maar dat het hun leven is.

David zegt in Psalm 119:105: Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.

De Bijbel is een kompas is voor het inrichten van het leven in het hier en nu, maar ook verwijst naar wat komen gaat. In mijn 17 jaar ervaring in seculiere hulpverlening, zowel op de werkvloer als in het management, heb ik ervaren dat er aandacht is voor de materiële noden. Het is iets om heel dankbaar voor te zijn dat er inloophuizen zijn, opvangplekken voor dak- en thuislozen, beschermd wonen voor zij die dat nodig hebben. Dit zijn ook de werken van barmhartigheid. Dit is wat God wil. Tegelijkertijd is er ook een enorme druk, het behalen van prestatie-indicatoren, meer doen in minder tijd, doorstroom naar zoveel mogelijk zelfstandig wonen.  Daarnaast ben je als hulpverlener ontzettend veel tijd kwijt aan rapporteren en het afleggen van verantwoording, wat niet in verhouding staat met de aandacht voor de nood van hulpvrager. Er is in steeds mindere mate aandacht en tijd voor de immateriële noden van de hulpvrager. De wortel van de problematiek wordt zelden aangepakt. Medicatieverstrekking alhoewel soms noodzakelijk, bestrijdt symptomen maar niet de onderliggende problematiek. Er is zoveel geestelijk lijden, wat door het ontbreken van een holistische aanpak niet aansluit bij de diepgaande noden van de mens.

Hoeveel mensen zijn bedroefd en eenzaam.

Hoeveel mensen kampen met psychische problematiek.

Hoeveel mensen hebben relatieproblematiek.

Hoeveel kinderen groeien op in gebroken gezinnen.

Hoeveel mensen kampen met verslavingsproblematiek.

Hoeveel…..

Hoeveel….

Secularisatie heeft geen antwoord op de meest basale nood van de mens. En dat is om te breken met zonde en in vrede te leven met God. Secularisatie gaat uit van een humanistisch mensbeeld waarin de mens centraal staat. Autonomie is de hoogste waarde. Wat jij wilt staat centraal! Ook al gaat dat ten koste van jezelf. Jij mag drugs gebruiken, jij mag je lichaam verkopen, jij mag gokken, jij mag vreemd gaan, etc. Natuurlijk heeft de mens een vrije wil en mag je keuzes maken. Maar sommige keuzes zijn niet goed voor de mens zelf en zijn omgeving. God houdt zoveel van de mens. Verkeerde keuzes brengen verwijdering tussen God en de mens. Er zijn veel verschillende methodieken en methoden die worden toegepast in de seculiere hulpverlening. En sommige brengen daadwerkelijk verandering in het leven van de hulpvrager. Waardoor er (tijdelijk) verlichting is of oplossing van een probleem, waardoor er ook deels in immateriële noden wordt voorzien. Er wordt gewerkt aan een ‘selfmade man of woman’. Eigen kracht, dat is waar het in seculiere hulpverlening om draait. Het is leven in het hier en nu, maar hoe zit het met existentiële vragen, noden waarin de kern van het probleem dieper is dan de oplossing die er geboden wordt.

Hulpverlenen vanuit identiteit en geloof

Dit laatste paar jaren groeide er bij mij een verlangen. Ik wilde hulpverlening bieden vanuit een holistische visie. Hulpverlening, die de wortel van het probleem aanpakt maar ook werkt aan herstel van relatie met God. Ik wilde zien dat mensen bevrijd worden van de last die zij met zich meedroegen. Simpelweg omdat ik weet dat het mogelijk is. Ik heb God mensen zien genezen die verslaafd waren, ik heb God mensen zien transformeren die in de prostitutie zaten die uit dit leven zijn gestapt en nu leven vanuit waardigheid. En zelfs als niet iedereen geneest en herstelt, mag je vertroosting bieden met het feit dat het leven hier op aarde tijdelijk is en dat wij naar een plek gaan waar er geen verdriet meer is en pijn. De mens is op doorreis. De mens is geschapen naar het beeld van God. Hij heeft ons gemaakt en weet hoe wij bedoeld zijn. Als je computer kapot is dan ga je ook niet naar de slager om hem te repareren. Maar je gaat naar de deskundige op dat gebied. Degene die weet hoe een computer hoort te functioneren en ook precies kan aantonen waar de kern van het probleem zit en het weer weet te herstellen. De seculiere hulpverlening kan veel bijdragen. Maar op dit terrein schiet zij tekort en de meerwaarde van christelijke hulpverlening is dat als het herstellen van het beeld centraal staat, er ook aandacht wordt gegeven aan de immateriële noden. Maar ook dat verzoening met God het belangrijkste is. Deze verzoening met God is mogelijk op het moment dat wij ons afkeren van onze zonde. Waar dikwijls de kern van de problematiek ligt. William Booth, stichter en generaal van het Leger des Heils zorgde zowel voor de immateriële noden als de materiële noden. Wat mij betreft is dat een prachtige samenvatting van wat Christelijke hulpverlening inhoud. Hij zei: “Zolang er nog vrouwen huilen, zal ik strijden. Zolang er nog kinderen honger lijden, zal ik strijden. Zolang er nog mannen naar de gevangenis gaan, erin en eruit, erin en eruit, zal ik strijden. Zolang er nog één verslaafde is, zolang er nog één meisje verloren op straat loopt, zal ik strijden. Zolang er nog één mens het licht van God niet heeft gezien, zal ik strijden, strijden tot het bittere eind.”

*In de context van dit artikel wordt onder materiele noden, alles wat een mens lichamelijk nodig heeft om te kunnen leven verstaan, zoals onderdak, voeding, huisvesting, kleding, financiën. Immateriële noden zijn de problemen van psychosociale, opvoedkundige en relationele aard.

Bronvermelding: Auteur: Dr. Maarten van der Linde (1948).

https://sociaal.net/boek/een-geschiedenis-van-sociaal-werk/

https://www.bodyofknowledgesociaalwerk.nl/pagina/korte-geschiedenis-van-het-sociaal-werk-nederland