minderwaardigheidscomplex, zeffbeeld, christelijk, amsterdam

Weg met het sprinkhanencomplex

Toen God 12 leiders riep om het land te bezichtigen wat Hij hen beloofd had, kwamen 10 van hen ontmoedigd terug. God had het zeker bij het verkeerde eind, dat zij dit land konden innemen. Ze waren maar slaven, ‘dat weet U toch wel hè God’, de mensen daar zijn letterlijk groot en wij zo klein. Ken jij Calimero nog? ‘Ik ben klein en zij zijn groot’, dat is niet eerlijk.

Nee God, hoe komt U erbij! U geeft ons een onmogelijke taak. Wij kunnen dit land niet innemen!

En ja, het is wel een land wat vruchtbaar is en overvloeit van melk en honing. Het is een land waar overvloed is, het is aangenaam, vrij van onderdrukking en leven in vrijheid. Maar nee, het gaat ons nooit lukken om dit land te bemachtigen. De mensen daar zijn als reuzen, en wij…. wij zijn als sprinkhanen in onze eigen ogen en óók in hun ogen.

minderwaardigheidscomplex, zelfbeeld

Door de manier waarop zij naar zichzelf keken en naar God, ging de belofte op dat moment aan hun neus voorbij.

De leiders hadden een heel ander beeld van zichzelf dan dat God van hen had. Ze hadden nog een slavenmentaliteit. Als slaaf voel je je minderwaardig, je hebt bepaalde overtuigingen dat je nooit wat zal betekenen. Dat je geboren bent als een verliezer, je bent niks waard. Wie houdt er nou van jou? Dat is heel erg begrijpelijk. Hun verleden had hen gekenmerkt.

Maar toch had God hen verlost en Zijn trouw laten zien. Had Hij daarmee niet het tegendeel bewezen?

Dat ze kostbaar zijn in Zijn ogen.

Dat Hij hen lief heeft.

Dat, ook al waren ze een klein volk, Hij door hen Zijn grootheid aan de wereld zou laten zien.

God had hen bevrijd uit de slavernij en zorgde in die woestijnperiode de hele tijd voor hen. Maar helaas, de slavernij zat nog in hen.

Ze kozen ervoor om vast te houden aan hun verleden en hun gedachten over zichzelf, zodat ze niet in hun bestemming konden wandelen.

Als ik het verhaal lees, denk ik vaak ‘hoe is het toch mogelijk dat, na alles wat God voor hen gedaan heeft, ze dan toch ongehoorzaam zijn’. Maar dan moet ik mijzelf een spiegel voorhouden. Ik denk dat we vaak als die 10 leiders zijn. Dat het verleden maakt dat we niet durven uit te stappen in de beloften die God voor ons heeft. We kijken op onszelf neer en vertrouwen niet op wat God zegt en wie Hij is.

De manier waarop we naar onszelf kijken, ‘ons zelfbeeld’, maakt dat we niet vooruit komen en in cirkels blijven draaien. Net zoals de Israëlieten, als gevolg van hun ongehoorzaamheid bleven ze 40 jaar in de woestijn in cirkeltjes wandelen. Want intens triest toch!

Het negatieve zelfbeeld van de leiders had ook invloed op de rest van het volk. Zij zag zichzelf niet alleen als een sprinkhaan, maar overtuigde ook de andere Israëlieten dat zij ook sprinkhanen waren en Gods plan onmogelijk was. Waardoor het hele volk ging morren en klagen en in opstand kwam tegen God.

Ze vergaten gewoon alles wat God voor hen gedaan had en werden opstandig.

Weet je, uitbreken uit negatieve patronen en gedachten doe je niet alleen voor jezelf. Maar ook uit liefde voor de mensen om je heen. Dat mensen om je heen worden aangemoedigd om God te dienen als zij jou zien.

En het gaat niet om groot denken van jezelf. Want zonder Jezus zijn we nergens, maar het gaat zeker ook niet om klein denken. Je bent een kind van de Almachtige God.

Wat God voor jou heeft, is een land wat overvloeit van melk en honing. Dat betekent leven in overvloed, leven in vrijheid, is dat niet aangenaam?

Hij heeft altijd het beste voor ons. Ik laat mij niet meer beperken door mijn verleden! En jij?

Dit verhaal is gebaseerd op Numeri 13:25-33- 14:1